vrijdag 7 november 2014

"Zwarte zwaan", artikel in Kijk op Exoten Nr. 9 September 2014 p.12

Zwarte zwaan

Vincent de Boer, Sovon Vogelonderzoek Nederland

Zwarte Zwaan op nest, Midden-Limburg
foto Harvey van Diek in Kijk op Exoten nr. 9  sept 2014
De zwarte zwaan (Cygnus atratus) is oorspronkelijk afkomstig uit Australië en Nieuw Zeeland. De eerste exemplaren zijn reeds aan het einde van de 18e eeuw naar Europa gebracht als siervogel voor parken en watervogelcollecties. Doordat de soort ontsnapte, zijn er in verschillende Europese landen kleine broedpopulaties ontstaan.

Ecologies
Net als zijn wit gekleurde tegenhanger de knobbelzwaan heeft de zwarte zwaan een voorkeur voor waterrijke gebieden met een rijke onderwaterflora en graslanden in de nabijheid.
Succesvolle broedgevallen vinden plaats in alle maanden van het jaar, maar met een nadruk op het late najaar en de winter, zoals verwacht kan worden van een broedvogel van het zuidelijk halfrond, is geen sprake (meer). De soort lijkt zich goed te hebben aangepast aan de omstandigheden op het noordelijk halfrond en broedt vooral in de periode maart-mei.

Verspreiding en aantallen
Het eerste Nederlandse broedgeval stamt uit 1978, waarna de aantallen langzaam toenemen tot in de jaren negentig. Sinds de eeuwwisseling is de soort stabiel met naar schatting 60-70 broedparen. Broedgevallen vinden verspreid over het land plaats met een nadruk op de waterrijke gebieden in Laag-Nederland en langs de rivieren (concentratie op de Midden-Limburgse Maasplassen). Daarnaast broeden plaatselijk, al dan niet wilde, paren op landgoederen en in stadsparken.
Buiten de broedtijd komt de verspreiding in grote lijnen overeen met die van de knobbelzwaan, de zwarte zwaan concentreert zich in juli-augustus ook op de ruiplaatsen in de Delta, de Friese IJsselmeerkust en de Randmeren. De meest recente maxima bedragen 175 vogels.

Risico’s
Het is opvallend dat de aantallen zwarte zwanen in ons land sinds de jaren negentig niet verder zijn toegenomen. Factoren die een grote populatiegroei lijken tegen te houden zijn competitie met de knobbelzwaan en het voor de soort relatief ongunstige klimaat. De beschikbare trends duiden op sterfte van vogels tijdens strenge(re) winters. De schaarse gegevens over het broedsucces in ons land duiden daarnaast op gemiddeld een veel lager aantal uitgevlogen jongen dan in de oorspronkelijke broedgebieden in Australië en Nieuw Zeeland. Vanaf eind 2010 loopt in Midden-Limburg een onderzoek naar het reilen en zeilen van de lokale broedpopulatie en worden ook vogels geringd met gekleurde pootringen en halsbanden. Dit onderzoek zal de komende jaren meer licht werpen op de verspreiding en aantalsontwikkeling van de soort in ons land.

Bijzonderheden
Op zeer kleine schaal vind hybridisatie plaats met knobbelzwaan. In de afgelopen tien jaar zijn nakomelingen gezien van zeker twee verschillende broedgevallen. Naar verluid zijn de hybride jongen onvruchtbaar.

Telprojecten

De aantallen zwarte zwanen worden gevolgd binnen de maandelijkse watervogeltellingen in het kader van het NEM gecoördineerd door Sovon. Losse waarnemingen doorgeven kan via telmee.nl of waarneming. nl. Broedende zwarte zwanen kunnen worden doorgegeven via het LSB-zeldzame soorten project van Sovon, zie www.sovon.nl.

Tot zover het artikel, waaruit wel wat statistisch kennis blijkt. Opvallend is toch de statistisch bekende zeldzaamheid van wat wij in onze Jufferswaard mochten beleven: hybridisatie.


"Ons" zwanentrio is na het mislukte nest deze zomer "de hort op" gegaan. Ze hadden immers geen verplichtingen hier. Als ze jongen hebben blijven ze wel thuis.
De zwarte zwaan is inmiddels al weer een week of 6 terug van zijn omzwervingen en ik ben benieuwd wanneer de andere twee terugkeren. 
Overigens is door de stijging van het waternivo in de grote plas in de Jufferswaard het voedsel zoeken op de bodem van de plas een stuk moeilijker geworden. Het water is naar schatting zo'n 60 cm gestegen en de nek van de zwaan is zo te zien even lang gebleven...
Ja dat is het werk van de bever die sinds 6 oktober dit jaar vooral in de naastgelegen Heelsumse beek is gesignaleerd en daar een dam heeft aangelegd. Het waternivo in de beek is als communicerende vaten met de plas verbonden door een duiker.
Een andere verandering vindt plaats door de werkzaamheden die op dit moment plaats vinden. Het waterschap is de (hoofd)monding van de Heelsumse beek ongeveer een kilometer naar het westen aan het verleggen. Die gaat naar het westen stromen tussen de plas en de Rijksweg 225 alvorens zich in de Rijn te storten bij de oude veerstoep achter de Parenco..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten